Zuurstof en leven zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Zonder zuurstof kan een mens niet leven en dat is dan ook de kern van reanimeren. Als iemand een hartstilstand of circulatiestilstand heeft gehad, is er dus maar 1 ding belangrijk: er moet weer zuurstofrijk bloed door de aders gaan stromen.
Je moet dus snel handelen, want zonder zuurstof zal er binnen 4 tot 6 minuten schade aan de hersenen en andere organen ontstaan. Duurt het langer, dan sterft het slachtoffer. Reanimeren is dus een onderwerp van actie, maar ook van serieuze hulpverlening. Op deze pagina vind je uitgebreide informatie en filmpjes over hoe je kunt reanimeren bij volwassenen en kinderen.
Reanimeren betekenis: Reanimeren betekent letterlijk het kunstmatig overnemen van de ademhaling en bloedsomloop.
Houd de bloedcirculatie op gang
Het op gang houden van de bloedsomloop en het aanleveren van zuurstofrijk bloed naar de cellen is dus van levensbelang. Door borstcompressies af te wisselen met beademen, zorg je dat de organen zuurstofrijk bloed en voedingsstoffen blijven krijgen.
Stop niet zomaar tussendoor met de borstcompressies: het kost best wat tijd om de bloeddruk weer op niveau te krijgen.
Hoe te handelen? De Eerste Hulpbenadering
Bij de Eerste Hulpbenadering gaat het erom dat je vaststelt of er een circulatiestilstand is of niet. We gaan er vanuit dat als een slachtoffer niet reageert en geen normale ademhaling heeft, hij dus een circulatiestilstand heeft.
Het behandelen van een slachtoffer zonder circulatie gaat volgens een aantal vaste stappen. We gaan er hier vanuit dat het slachtoffer geen normale ademhaling heeft en niet reageert.
Stap 1: Benaderen van het slachtoffer: aanpreken en licht aan schudden
Stap 2: Hulp roepen
Stap 3: Luchtwegen openen
Stap 4: Ademhaling controleren
Stap 5: Bel 1-1-2
Stap 6: Reanimeren
Hieronder leggen we de stappen nog eens wat uitgebreider uit.
Stap 1: Benaderen van het slachtoffer
Doe geen dingen die jezelf in gevaar brengen of het letsel van het slachtoffer verergeren. Verslepen kan het letsel verergeren, doe dit dus alleen als het slachtoffer op een gevaarlijke plek ligt.
Check nu de volgende punten en kijk of je ze kunt verhelpen:
• Ligt het slachtoffer beschut? Leg een isolatiedeken over het slachtoffer en zorg dat hij in de luwte ligt.
• Is er genoeg licht? Voor een goede beoordeling van de situatie moet je het slachtoffer goed kunnen zien.
• Is het mogelijk om een deken onder het slachtoffer te leggen? Doe dit dan, maar denk erom dat je het slachtoffer zo min mogelijk beweegt.
• Is het erg warm of is er een felle zon? Kijk of je ter plekke voor beschutting kunt zorgen.
Rautek
Is het écht nodig om het slachtoffer te verplaatsen? Laat weten dat je het hem naar een veilige plek gaat brengen en pas de noodvervoersgreep van Rautek toe:
• Kniel links naast de schouder van het slachtoffer.
• Zet je rechtervoet achter het hoofd.
• Steek je rechterhand onder de nek door in de rechteroksel.
• Leg je linkerhand vanaf de rugzijde onder de linkerschouder.
• Zet af met je omhoogstaande been in een beweging het slachtoffer omhoog en draai je knie naar beneden zodat met je eigen lichaam achter hem zit.
• Schuif je armen onder de oksels van het slachtoffer door.
• Breng 1 onderarm van het slachtoffer horizontaal voor zijn borst.
• Leg je handen met vingers en duim over de onderarm.
• Kruip zo dicht mogelijk tegen het slachtoffer aan.
• Ga op je hurken zitten.
• Til hem op door je benen te strekken (met je rug recht).
• Versleep hem niet te ver, maar wel uit de gevarenzone.
• Leg het slachtoffer weer neer door te hurken (let op zijn hoofd).
• Verleen eerste hulp.

Aanspreken en schudden
“Hallo meneer? Kunt u mij horen? Kijkt u mij eens aan. Wat is er gebeurd?” Als je met dit soort vragen het slachtoffer benadert, merk je snel genoeg of hij of zij reageert.
Gebeurt dit niet, dan schud je voorzichtig aan de schouderkoppen van het slachtoffer en je gaat door met aanspreken.
Na aanleiding van het schudden zijn er weer twee reacties mogelijk:
1. Het slachtoffer reageert totaal NIET: ga er nu vanuit dat er een bewusteloosheid is en roep om hulp.
2. Het slachtoffer reageert WEL: als er geen gevaar is, laat je hem liggen zoals je hem aantrof. Als hij toch wil staan, leg je uit dat het beter is te blijven liggen.
Wil het slachtoffer echt niet luisteren en wil hij tóch opstaan, ga dan niet ‘vechten’. Stel nu het slachtoffer gerust en verleen Eerste Hulp. Houd de situatie steeds in de gaten, zodat je kunt handelen als de situatie verslechtert.
Stap 2: Hulp Roepen
We zijn nu bij de tweede stap in de géén-lijn. Nu het slachtoffer niet reageert op je roepen en schudden, kun je wel extra hulp gebruiken. Laat jezelf horen en roep om hulp.
Als niemand je komt helpen blijf je ALTIJD bij het slachtoffer.
Stap 3: Luchtwegen openen
We zijn nu bij de 3e stap in de géén-lijn. Je kunt de ademhaling pas controleren iemand op zijn rug ligt. Draai het slachtoffer dus zo nodig om, kantel het hoofd en doe de kinlift.
Van buik naar rug draaien
Voor het draaien van buik naar rug handel je als volgt:
• Je zit al geknield bij het hoofd aan de gezichtszijde.
• Schuif voorzichtig de arm over de grond naar de heup: nooit optillen ivm ontwrichting van de schouder.
• Loop om de voeten heen en neem het been dat je als eerste tegenkomt mee en leg de voet over de andere voet.
• Kniel bij het achterhoofd en schuif de arm voorzichtig over de grond tot de bovenarm tegen het achterhoofd ligt. (Superman- houding)
• Pak nu met je hand die het dichtst bij is de voeten de heup, riem, kleding van het slachtoffer en klem daarbij de arm tussen je pols en het lichaam.
• Pak met je hand bij het hoofd de schouder vast.
• Draai het slachtoffer naar je toe tot het op de zij ligt.
• Laat de schouder los en leg de hand op het achterhoofd.
• Draai nu door tot het slachtoffer op de rug ligt, ondersteun het hoofd zodat het niet op de grond valt.
Zelfs bij vermoedelijk wervelletsel kantel je het slachtoffer. De circulatie MOET op gang gehouden worden.

Hoofd achterover kantelen en kinlift
• Zet de twee vingertoppen van je ene hand onder de punt van de kin. Druk nu voorzichtig de kin omhoog en open zo de luchtweg.
• Plaats je andere hand op de haarlijn van het slachtoffer en kantel het hoofd naar achter.
• Kantel je hand bij de kin naar beneden, maar houd de kin, vast zodat je er straks overheen kan kijken.
• Als je wervelletsel vermoedt, kantel je het hoofd stapsgewijs.
Stap 4: Ademhaling controleren
Door je ogen en je oren goed open te houden, kun je ontdekken of een slachtoffer een normale ademhaling heeft. Doe dit maximaal 10 seconden en onderneem dan actie.
Een normale ademhaling herken je aan:
• Het op en neer bewegen van de bovenbuik en de borstkas.
• Dit bewegen gebeurt rustig en regelmatig.
• De verhouding tussen in- en uitademen is 1:2. (1 tel inademen en 2 tellen uitademen).
• 1 ademhaling per 5 seconden in rust is de norm. Dus in 10 seconden is minimaal 2 ademhalingen een regelmatige ademhaling.
Wanneer reanimeren? Bij elke ademhaling die afwijkt ga je over tot alarmeren en reanimeren.

Gaspen
Soms is het heel moeilijk om de ademhaling te controleren. Als de luchtweg gedeeltelijk is afgesloten gaat het slachtoffer soms piepen, fluiten, snurken of rochelen.
Als gevolg van een circulatiestilstand hapt het slachtoffer onregelmatig en met tussenpozen naar lucht. Dit noemt men gaspen en is het Engelse woord voor “naar adem snakken”. Als je dit ziet gebeuren begin je onmiddellijk met reanimeren.
Gaspen is dus GEEN normale ademhaling zoals sommigen wel denken. Bij 40% van de mensen met een circulatiestilstand treedt gaspen op. Wees hier dus alert op.
Zo controleer je de ademhaling:
• Ga met je oor boven de mond en de neus van het slachtoffer zitten.
• Zorg dat je zo zit, dat je langs de borstkas kunt kijken.
• Kijk of de borstkas en de bovenbuik regelmatig bewegen.
• Kinlift moet worden vastgehouden, zodat de tong niet weer in de keelholte zakt en je geen ademhaling meer kunt constateren)
• Luister aan de mond naar ademgeluid.
• Voel naar warme adem met de wang, het oorlelletje of het puntje van de neus.
• Ook kun je een koud voorwerp voor de mond houden (dampen = ademhaling).
Is er een normale ademhaling? Alarmeer de hulpdienst.
Is er GEEN normale ademhaling? Alarmeer de hulpdienst.
Stap 5: 1-1-2 Alarmeren
Laat (als het kan) iemand anders voor je alarmeren en blijf zelf bij het slachtoffer. Ben je binnen bij een bedrijf? Het beste is dan om via het interne alarmnummer te alarmeren. Zo wordt namelijk de interne hulpverlening op gang gezet en wordt de ambulancedienst gealarmeerd.
Je kunt uiteraard ook direct 1-1-2 bellen. Heb je geen mobiel en ben je alleen? Laat dan het slachtoffer even achter, leg het slachtoffer in de stabiele zijligging als je weggaat om te alarmeren en alarmeer via een vaste telefoon.
Is er een normale ademhaling? Vertel dit tegen de hulpdiensten en voeg toe dat het slachtoffer bewusteloos is.
Is er GEEN normale ademhaling? Geef dit door, zodat, als ze beschikbaar zijn, er 2 ambulances zullen komen.
Houd telefonisch verbinding met de centralist totdat hij zegt dat je op mag hangen. Ga terug naar het slachtoffer. Heeft iemand anders de melding gedaan? Vraag of hij terugkomt om jou verder te informeren.
Is er een normale ademhaling? Leg het slachtoffer in de stabiele zijligging en blijf de ademhaling controleren.
Is er GEEN normale ademhaling? Begin met reanimeren.
Stabiele zijligging
De stabiele zijligging kan bij een slachtoffer dat wel ademt, maar niet reageert, soms levensreddend zijn. Deze ligging voorkomt namelijk dat de tong achter in de keel zakt en de luchtweg afsluit.
Bij de stabiele zijligging handel je als volgt:
• Zorg eerst dat je zeker weet dat het slachtoffer na beademing normaal ademt.
• Zet de eventuele bril van het slachtoffer af.
• Kniel naast het slachtoffer en strek de beide benen.
• Plaats de dichtstbijzijnde arm in een hoek van 90° met het lichaam, met gebogen elleboog en de handpalm naar boven. Dit heet de stophouding.
• Trek met je hand de knie van het verste been omhoog en plaats de voet op de grond naast de andere knie. Houd de knie wel vast met je hand.
• Buig de verste arm over de borst en leg deze met de handrug naar de wang. Houd deze hand vast.
• Terwijl je de hand tegen zijn wang houdt, trek je het gebogen been naar je toe.
• Zorg dat de heup en de knie van het bovenste been in een rechte hoek liggen.
• Open de luchtweg door het hoofd iets naar achteren te kantelen. (hierbij kan de hand onder de wang van het slachtoffer een beetje meehelpen).
• Controleer de ademhaling elke minuut:
• Zorg dat je aan de gezichtskant van het slachtoffer blijft zitten.
• Kijk, voel en hoor of het slachtoffer nog ademt. Plaats de ene hand met gespreide vingers op de overgang tussen borst en buik. Leg de andere hand op dezelfde hoogte op de rug. Je kunt nu goed voelen en zien of de borstkas normaal op en neer beweegt.
• Ga met je hoofd zo dichtbij mogelijk naar de mond: voel of hoor je een uitademing?

Wanneer GEEN stabiele zijligging toepassen?
Er zijn situaties waarbij je het slachtoffer beter niet op zijn zij kunt leggen:
• Als hij wervelletsel heeft.
• Als je vermoedt dat het slachtoffer zijn bekken en ledematen heeft gebroken.
• Als er ernstig letsel aan de borstkas is.
Houd met de kinlift in ieder geval de luchtweg vrij. Als de ademhaling alsnog stokt, leg je het slachtoffer ondanks het letsel TOCH in de stabiele zijligging.
Stap 5: Reanimeren, alle handelingen op een rij
We zijn nu bij de laatste stap in de géén-lijn. Het slachtoffer heeft geen normale ademhaling, dus je begint nu met reanimeren: 30 borstcompressies en 2 beademingen.
Het belangrijkste van reanimeren is dat er weer zuurstofrijk bloed door de aders gaat stromen. Bij een circulatiestilstand is het bloed nog best zuurstofrijk, het wordt alleen niet meer rondgepompt. Borstcompressies zijn daarom het belangrijkste onderdeel bij reanimeren. Door het bloed te laten stromen wordt de zuurstoftoevoer naar het hart en de hersenen nog iets enigszins in stand gehouden.
Onderbreek het geven van de borstcompressies zo min mogelijk: het kost best wat tijd om de bloeddruk weer op niveau te krijgen.
Een te lange onderbreking van de borstcompressies verlaagt de kans op overleving doordat er hersenletsel ontstaat.
Borstcompressies
Bij het geven van borstcompressies handel je als volgt:
• Kniel naast het slachtoffer.
• Plaats de hiel van een hand in het midden van de borstkas. Plaats de hiel van de andere hand recht op de geplaatste hand.
• Haak de vingers van beide handen in elkaar, of pak de vingers van de onderste hand vast. Trek ze nu omhoog: zo voorkom je dat je druk op de ribben uitoefent.
• Zorg dat je geen druk uitoefent op de onderste punt van het borstbeen (het zwaardvormig aanhangsel kan breken) en de bovenkant van de buik.
• Strek je armen en breng je bovenlichaam loodrecht boven het slachtoffer.
• Druk het borstbeen 4 á 5 cm naar beneden.
• Houd na elke borstcompressie je handen licht op het borstbeen liggen en laat borstbeen helemaal terugkomen. Herhaal dit met een tempo van 100 x per minuut.
• Zorg dat de verhouding tussen indrukken en terug laten komen gelijk is.
Het midden van de borstkas is flexibeler dan het bovenste deel en dus het meest geschikt voor borstcompressies.
Borstcompressie zonder beademing
Soms is het gezicht van een slachtoffer erg beschadigd en kun je hem niet beademen. Toch heeft het zin om het bloed te laten rondpompen en daarom ga je over tot het alléén geven van borstcompressies. Dit doe je 100 x per minuut en je gaat hier ONAFGEBROKEN mee door.
Stop alleen met het geven van borstcompressies als:
• Het slachtoffer weer normaal begint te ademen.
• Er professionele hulp komt die de hulpverlening overneemt.
• Je zó uitgeput raakt dat je niet meer kunt.
Beademen
Na het op gang brengen van de circulatie breng je met behulp van beademing zuurstof in het bloed. Bij het geven van mond-op-mondbeademing handel je als volgt:
• Na 30 borstcompressies open je opnieuw de luchtweg: hoofd kantelen en kinlift.
• Knijp de neus op het zachte gedeelte dicht met de duim en wijsvinger van de hand die op het voorhoofd ligt.
• Open de mond een beetje en zorg dat de kinlift gehandhaafd blijft. Voorkom dat je duim in de weg zit en laat die dus in je handpalm liggen.
• Haal adem en plaats je lippen over de mond. Is de afsluiting luchtdicht?
• Blaas 1 seconde rustig in. Zorg dat je niet te snel en te krachtig beademt.
• Kijk onder het beademen of de borstkast omhoog komt.
• Zodra de borstkas omhoog komt is er voldoende lucht ingeblazen.
• Houd het hoofd gekanteld en in de kinlift en haal je mond weg. Kijk nu of de borstkas weer naar beneden gaat.
Heeft de eerste beademing GEEN effect?
• Kijk of er een voorwerp in de keel zit.
• Haal het voorwerp ALLEEN weg als je het ziet en er met je vingers bij kunt.
• Heeft het slachtoffer een kunstgebit en zit het goed? Laat het dan zitten.
• Als de mond leeg is (voor zover nodig) corrigeer je de kanteling en de kinlift.
• Ga nu door met de 2e beademing.
• Geef slechts 2 beademingen en ga weer over tot 30 borstcompressies.
• Je hebt dus de verhouding van 30 borstcompressies en 2 beademingen (30:2).
Hoe lang reanimeren?
Stop alleen met reanimeren als:
• Het slachtoffer weer normaal begint te ademen.
• Er professionele hulp komt die de hulpverlening overneemt.
• Je zó uitgeput raakt dat je niet meer kunt.
In alle andere gevallen ga je DOOR met reanimeren.
Mond-op- neusbeademing: als mond-op-mondbeademing niet mogelijk is
Soms kan er via de mond geen lucht naar binnen komen. Dan kun je altijd nog de mond-op-neusbeademing toepassen. Bij deze beademing handel je als volgt:
• Kantel het hoofd en doe de kinlift.
• Sluit met je duim de lippen van het slachtoffer.
• Haal adem en plaats je lippen over de neus. Is de afsluiting luchtdicht?
• Blaas 1 seconde rustig in. Zorg dat je niet te snel en te krachtig beademt.
• Kijk onder het beademen of de borstkast omhoog komt.
• Zodra de borstkas omhoog komt is er voldoende lucht ingeblazen.
• Houd het hoofd gekanteld en in de kinlift en haal je mond weg. Open de mond en kijk of de borstkas weer naar beneden gaat.
• Ga nu verder zoals onder mond-op-mond beschreven staat.
Reanimeren met een beademingsmasker
Soms is het gezicht heel erg bebloed en beschadigd. In zo’n geval kun je gebruik maken van een beademingsmasker of de kiss of live.
Met een beademingsmasker handel je als volgt:
• Zorg dat je het masker gebruiksklaar maakt.
• Zet eerst de smalle kant van het masker op de neusbrug van het slachtoffer. Zet daarna de rest van het masker over de kin en de mond en druk het masker aan.
• Neem de smalle kant van het masker tussen duim en wijsvinger (dus bij de neusbrug).
• Voer met de andere hand de kinlift uit.
• Druk met deze duim de onderkant van het masker stevig tegen de kin, terwijl de kinlift gehandhaafd blijft.
• Haal adem en blaas de lucht in het ventiel of filter. (te diep inademen wordt altijd gevolgd door krachtig inblazen, wat maakt dat het slachtoffer moet overgeven).
• Kijk onder het beademen of de borstkast omhoog komt en naar beneden gaat.
• Ga nu door met de 2e beademing.
• Ga nu verder zoals onder mond-op-mond beschreven staat.
De snelle kantelmethode
Ondanks dat je goed je best doet, kan het gebeuren dat je tóch te hard blaast. Zo kan er lucht in de maag stromen en komt er braaksel naar boven. De snelle kantelmethode zorgt er voor dat dit braaksel kan wegstromen, zodat het niet in de luchtweg terecht komt.
Bij de snelle kantelmethode handel je als volgt:
• Pak heup en schouder vast en trek het slachtoffer onmiddellijk naar je toe. Hij ligt nu met zijn borstkas op je dijen.
• Kantel het hoofd iets achterover en maak de mondholte leeg.
• Draai hem terug op zijn rug, let op het hoofd, en ga door met reanimeren.
• Begin bij het reanimeren ALTIJD met 30 borstcompressies.

Reanimeren met twee EHBO-ers
Als je alleen reanimeert wordt je moe en kan het zijn dat je diepte en tempo afnemen. Als je met een andere EHBO-er gaat reanimeren, wissel dan om de twee minuten af zodat je kunt rusten. Zo blijft de frequentie en diepte het beste gewaarborgd. (advies van de NRR en ERC).
Reanimeren bij kinderen
Kinderen zijn kleiner, breekbaarder en kwetsbaarder dan volwassenen. Toch mogen EHBO-ers die niet het speciale kinder reanimeren kennen, gewoon de normale reanimatie methode toepassen. Met de normale 30 x borstcompressie en 2x beademingen. (30: 2 verhouding).
Iets doen is namelijk altijd beter dan niets doen!
Ben je een EHBO-er die veel met kinderen werkt? Dan vind je hier een aangepaste reanimatiemethode, speciaal voor kinderen. Uiteraard leerzaam voor iedereen!
Bij reanimeren bij kinderen handel je als volgt:
• Voordat je borstcompressies geeft: eerst 5x beademen.
• Ben je alleen, dan reanimeer je eerst 1 minuut en alarmeert pas daarna.
• Plaats 1 hand op het borstbeen.
• Druk de borstkas ongeveer een derde van de borstdiameter van het kind in.
• Doe de borstcompressies en de beademing in de verhouding 15:2.
Borstcompressies bij baby’s: gebruik slechts 2 vingers.
Borstcompressies bij kinderen van 1 tot pubertijd: kijk of je één of twee handen nodig hebt voor het reanimeren. Geef in ieder geval genoeg druk op de borstkas.
Speciale AED’s voor kinderen
Voor kinderen tussen de 1 en de 8 jaar zijn er speciale AED elektroden ontwikkeld. Deze geven een kleinere stroomstoot af dan de AED elektroden voor volwassenen.
Is er geen kinder-AED beschikbaar? Gebruik dan de AED voor volwassenen.
Ook hier geldt: iets doen is altijd beter dan niets doen!

Reanimeren, samengevat in 5 simpele stappen
1. Controleer het bewustzijn
2. Controleer de ademhaling
3. Bel 112
4. Start met 30 borstcompressies
5. Beadem 2 keer
TIP: Reanimatiecursus op jouw locatie?
Wil je een reanimatiecursus op jouw locatie laten verzorgen? Dit is al mogelijk vanaf slechts €35,00 per deelnemer!
Vraag hier direct je cursus reanimatie aan
Slechts €495,00 per groep, maximaal 14 deelnemers.